Links  |  Info
 

Het Ooster-Sportpark


Het was op zaterdag 30 september 1933 dat de toenmalige burgemeester van Groningen, de heer H.P.J. Bloemers, een viertal velden overdroeg aan het bestuur van de gemeentelijke commissie voor de lichamelijke volksopvoeding. De velden waren gelegen aan de Zaagmuldersweg, achter het verzorgingshuis in de wijk Plan Oost. Noch de bewindsman, noch sportief Groningen konden toen vermoeden dat dit bescheiden Ooster-Sportpark uit zou groeien tot hèt voetbalstadion van het Noorden.
Plannen om tot het Ooster-Sportpark te komen bestonden reeds langer en hadden als basis een weiland tussen het Gorechtkanaal en het Zaagmulderswegje, waar de buurtvereniging BRC (Blauw Rood Combinatie) haar thuiswedstrijden speelde. Omdat er volgens de "Commissie voor de Lichamelijke Volksopvoeding" dringend behoefte is aan nieuwe sportvelden en het mogelijkheid biedt tot werkverschaffing, besluit de gemeenteraad op 20 december 1930 tot de aanleg van het Ooster-Sportpark.
Tijdens de plechtige opening van de velden op 1 oktober 1933 stonden een hockeydemonstratie van de Groninger Hockeyclub en studentenvereniging De Blauwe Scheen alsmede een handbalwedstrijd tussen de stedelijke elftallen van Groningen en Amsterdam op het programma. In de pauze van die wedstrijd was er een demonstratie van turnsters van de Turnkring Groningen. Ondanks het minder goede weer was de publieke belangstelling groot.


Voetbal en hockey
Het Ooster-Sportpark bestond in de beginfase uit een voetbalveld (het hoofdveld) en drie hockeyvelden (de bijvelden). Op deze bijvelden verrees een was- en kleedgelegenheid, waarin ook een eenvoudig buffet was ondergebracht. Bij het voetbalveld was geen kleedgebouw. Voetbalclub Velocitas, die het veld in het Stadspark bespeelde, week voor de belangrijke wedstrijden vaak uit naar de Esserberg van Be Quick. Velocitas was niet tevreden over de mogelijkheden in het Stadspark en verklaarde best naar de nieuwe velden te willen verhuizen, maar dan moest daar wel een goede inrichting worden gebouwd.
Daar kwam het niet van, want het nieuwe voetbalveld werd verhuurd aan BRC, dat daarmee na een onderbreking van twee jaar weer terugkeerde in de wijk. De drie hockeyvelden werden verhuurd aan de Groninger Hockeyclub, De Blauwe Scheen en de Groninger Cricket en Hockey Club. Dat laatste duurde niet lang, want het spelen van hockey was een dermate grote aanslag op de kwaliteit van de velden, dat de gemeente besloot dat de hockeyclubs elders een speelgelegenheid moesten zoeken. Van de drie hockeyvelden konden met enige moeite precies twee voetbalvelden gemaakt worden, die werden voorzien van een wegneembare afzetting, zodat de totale oppervlakte in de zomer als één terrein kon worden benut. Het hoofdveld kreeg een permanente afzetting. De plaats van de hockeyverenigingen werd in 1934 ingenomen door voetbal- en atletiekvereniging GVAV-Rapiditas, dat overkwam van veld II aan de Noorderlaan in het Stadspark.

Tribune en aarden staanwal
Al in 1934 werd een plan ingediend tot het bouwen van een tribune met 524 zitplaatsen en een deugdelijk hekwerk rond de velden. Dit om te voorkomen dat belangrijke voetbalwedstrijden buiten de gemeentelijke grenzen zouden moeten worden gespeeld. In 1935 was het zover: aan de Noordzijde van het hoofdveld verrees een overdekte zittribune en aan de Zuidzijde van het veld werd een stalling voor 500 fietsen aangelegd. Hiermee waren de plannen nog niet uitgeput. Zo verscheen in 1937 een plan dat voorzag in de bouw van een tweede bad- en zweminrichting, een turnhal en een voetbalstadion waar 20.000 toeschouwers hun plek zouden kunnen vinden. Dat plan kwam er echter nooit door.
Wel werden in 1939 het plan geconcretiseerd om een aarden staanwal aan te leggen. Dat was noodzakelijk omdat bij belangrijke wedstrijden de accommodatie schromelijk tekortschoot. Toeschouwers op weg naar het Ooster-Sportpark zag men in die tijd sjouwen met keukentrappen en aardappelkistjes om zo nog iets van de wedstrijd te kunnen zien. Nadat de aarden wallen waren aangelegd moest er nog een ander probleem worden opgelost. Het speelveld bleek dermate overbelast, dat het in 1941 noodzakelijk bleek een geheel nieuwe graslaag aan te brengen. Met maar liefst 15.000 graszoden werd dit plan uitgevoerd.
⇑ naar boven