Historie Clubs Fotoverslagen Afscheid Souvenirs Links Reacties

Historie

Voetbalbolwerk tussen de huizen


Het begon allemaal in het jaar 1933 met de aanleg van een sportveldje, het 'Oostersportpark' genoemd. In de loop der jaren groeide het sportveldje met horten en stoten uit tot wat het nu is: een voetbalbolwerk dat befaamd is in heel Nederland. Een overzicht van de bonte opbouw en geschiedenis van de oude voetbaltempel aan de Zaagmuldersweg.

Het was op zaterdag 30 september 1933 dat de toenmalige burgemeester van Groningen, de heer H.P.J. Bloemers, een viertal velden overdroeg aan het bestuur van de gemeentelijke commissie voor de lichamelijke volksopvoeding. De velden waren gelegen aan de Zaagmuldersweg, achter het verzorgingshuis in de wijk Plan Oost. Noch de bewindsman, noch sportief Groningen konden toen vermoeden dat dit bescheiden Oostersportpark uit zou groeien tot hèt voetbalstadion van het Noorden.
Plannen om tot het Oostersportpark te komen bestonden reeds langer en hadden als basis het voetbalveld waar de buurtvereniging BRC (Blauw Rood Combinatie) haar thuiswedstrijden speelde. In 1930 werden die plannen voor het Oostersportpark door de gemeenteraad aanvaard, zodat met de werkzaamheden kon worden begonnen. Tijdens de plechtige opening van de velden op 1 oktober 1933 stonden een hockeydemonstratie van de Groninger Hockeyclub en studentenvereniging De Blauwe Scheen alsmede een handbalwedstrijd tussen de stedelijke elftallen van Groningen en Amsterdam op het programma. In de pauze van die wedstrijd was er een demonstratie van turnsters van de Turnkring Groningen. Ondanks het minder goede weer was de publieke belangstelling groot.


Hockeyclubs weg
Het Oostersportpark bestond in de beginfase uit een voetbalveld (het hoofdveld) en drie hockeyvelden (de bijvelden). Op deze bijvelden verrees een was- en kleedgelegenheid, waarin ook een eenvoudig buffet was ondergebracht. Bij het voetbalveld was geen kleedgebouw. Voetbalclub Velocitas, die het veld in het Stadspark bespeelde, week voor de belangrijke wedstrijden vaak uit naar de Esserberg van Be Quick. Velocitas was niet tevreden over de mogelijkheden in het Stadspark en verklaarde best naar het nieuwe veld van het Oostersportpark te willen verhuizen, maar dan moest daar wel een goede inrichting worden gebouwd.
Daar kwam het niet van, want het nieuwe voetbalveld werd verhuurd aan BRC dat daarmee na een onderbreking van twee jaar weer terugkeerde in de wijk. De drie hockeyvelden werden verhuurd aan de Groninger Hockeyclub, De Blauwe Scheen en de Groninger Cricket en Hockey Club. Dat laatste duurde niet lang, want het spelen van hockey deed een dermate grote aanslag op de kwaliteit van de velden, dat de gemeente besloot dat de drie hockeyclubs elders een speelgelegenheid moesten zoeken. Van de drie hockeyvelden konden met enige moeite precies twee voetbalvelden gemaakt worden. Deze twee bijvelden werden voorzien van een wegneembare afzetting, zodat de totale oppervlakte in de zomer als één terrein kon worden benut. Het hoofdveld kreeg een permanente afzetting.

Eerste tribune
De plaats van de hockeyverenigingen werd ingenomen door de vereniging GVAV-Rapiditas, die overkwam van veld II aan de Noorderlaan in het Stadspark. Al in 1934 werd een plan ingediend tot het bouwen van een tribune met 524 zitplaatsen en een deugdelijk hekwerk rond de velden. Dit om te voorkomen dat belangrijke voetbalwedstrijden buiten de gemeentelijke grenzen zouden moeten worden gespeeld. In 1935 was het zover: aan de Noordzijde van het hoofdveld verrees een overdekte zittribune en aan de Zuidzijde van het veld werd een stalling voor 500 fietsen aangelegd. Hiermee waren de plannen nog niet uitgeput. Zo verscheen in 1937 een plan dat voorzag in de bouw van een tweede bad- en zweminrichting, een turnhal en een voetbalstadion waar 20.000 toeschouwers hun plek zouden kunnen vinden. Dat plan kwam er echter nooit door.

Aarden staanwal
Wel werden in 1939 het plan geconcretiseerd om een aarden staanwal aan te leggen. Dat was noodzakelijk omdat bij belangrijke wedstrijden de accommodatie schromelijk tekort schoot. Toeschouwers op weg naar het Oostersportpark zag men in die tijd sjouwen met keukentrappen en aardappelkistjes om zo nog iets van de wedstrijd te kunnen zien. Nadat de aarden wallen waren aangelegd was er nog een ander probleem dat moest worden opgelost. Het speelveld bleek dermate overbelast, dat het in 1941 noodzakelijk bleek een geheel nieuwe graslaag aan te brengen. Met maar liefst 15.000 graszoden werd dit plan uitgevoerd.

Problemen na oorlog
Van de twintig goede speelvelden die Groningen voor de oorlog telde, waren er na de bevrijding nog maar vier vrijwel onbeschadigd en bespeelbaar. Tot die vier behoorden de drie velden van het Oostersportpark en veld II aan de Noorderlaan waar Velocitas nog steeds voetbalde. De andere accommodaties bleken grotendeels gesloopt. Dit veroorzaakte aanzienlijke problemen. Om de nog wel bespeelbare velden zoveel mogelijk te sparen, werd besloten te stoppen met scholierengebruik en trainingen door de clubs. Er mochten slechts twee voetbalwedstrijden en drie handbalwedstrijden per week op één veld worden gespeeld. In de jaren net na de oorlog werd er namelijk ook gehandbald op de bijvelden. Ook speelde toen al de wens om de weg tussen het hoofdveld en de twee bijvelden te sluiten voor alle verkeer om daarmee te voorkomen dat iedereen op de velden kon komen. Dit zou uiteindelijk pas in 1964 gebeuren.


Spelmoment eerste elftal Oosterparkers (vlak na de oorlog)

De maatregelen bleken niet afdoende en zo besloot de gemeente Groningen tot een drastische maatregel begin april 1946: alle velden werden gesloten om zodoende de nodige herstelwerkzaamheden te kunnen verrichten. Dit terwijl de voetbal- en handbalcompetitie nog in volle gang was. Dat besluit bracht uiteraard grote problemen met zich mee. Mede door de droge zomer bleek in september van dat jaar dat de velden niet noemenswaardig waren hersteld. Omdat de publieke belangstelling nog steeds groeiende was, moest in de laatste maanden van 1946 bij wedstrijden van enige betekenis toch weer regelmatig worden uitgeweken naar de Esserberg in Haren.

Materiaalschaarste
Omdat de gemiddelde belangstelling voor belangrijke wedstrijden bleef stijgen (van 2000 in 1939 tot 4000 in 1946) moest er weer iets gebeuren aan het hoofdveld van het Oostersportpark. Materialen voor het bouwen van nog een zittribune waren zo vlak na de oorlog niet te verkrijgen, zodat er werd besloten een afgedekte aarden staanwal te realiseren. De wal zou uit vijf stenen treden bestaan. De breedte van de treden moest dusdanig zijn dat er twee bezoekers per trede achter elkaar konden staan. Een aldus uitgevoerde tribune zou 6000 toeschouwers kunnen plaatsen. Dat bracht de totale capaciteit op 8000. Het plan kwam echter niet van de grond, mede omdat er onvoldoende materiaal kon worden geleverd.

10.000 plaatsen
Hoewel in 1947 de beoogde staantribune nog niet gerealiseerd was, gingen andere ontwikkelingen wel verder. Zo kwam er een elektronische klok boven de spelersingang en werd er een warmwatervoorziening voor de kleedkamers aangelegd. Als noodvoorziening werd eerst een houten staantribune gebouwd met een capaciteit van 1000 plaatsen. Meer zat er vanwege allerlei aanvoerproblemen voor dat jaar niet in. Maar dat veranderde drastisch in 1948. Er werden twee betonnen staantribunes gebouwd: één langs de lange zijde Zuid en één achter de twee doelen. De staantribune bestond uit dertien treden met een breed bovendek waar drie mensen achter elkaar konden staan, zodat voor het eerst van een stadionnetje gesproken kon worden. Daarmee breidde de capaciteit zich in één klap uit met 10.000 toeschouwers en kwam deze op een totaal van 14.724.


Verlichting
Naast de behoefte aan uitbreiding van de zittribune werd al een tijdje gesproken over een andere wens: het plaatsen van verlichting rond het veld om avondwedstrijden mogelijk te maken. Na veel overleg besloot het gemeentebestuur daartoe in 1950 over te gaan. Maar niet voordat nadrukkelijk was nagegaan of de dure verlichting voldoende exploitabel zou zijn. GVAV, Velocitas en het district Noord van de KNVB waren bereid per seizoen één lichtwedstrijd voor hun rekening te nemen, terwijl de afdeling Groningen van de KNVB voor twee lichtwedstrijden per seizoen garant stond. Dat alles voor de duur van tien jaren en op basis van een gebruiksvergoeding van 33,3% van de bruto recette.


De verlichting, destijds geldend als één der beste in Nederland, werd in 1951 ingewijd met een proefwedstrijd tussen GVAV en Oosterparkers, waarvan de baten ten goede kwamen aan het Internationaal Sportfestival Groningen 1951. Intussen was het hoofdveld verrijkt met een uitbreiding van de bestaande overdekte zittribune. Twee vleugels, waarin GVAV en Oosterparkers hun clublokalen inrichtten, completeerden de Noordzijde van het veld en brachten het totaal aan overdekte zitplaatsen op 2400. Het stadion werd tevens voorzien van een geluidsinstallatie.

Publieksrecord: 11.500
Op 6 mei 1951 trok de competitiewedstrijd Oosterparkers - Emmen maar liefst 11.014 toeschouwers, een nieuw record voor het Oosterpark. Dat de publieke belangstelling bleef groeien was vooral te danken aan de vereniging Oosterparkers, immens populair bij de steeds groeiende wijkbevolking. De vereniging die in 1945 was ontstaan uit een fusie tussen de verenigingen BRC, Groen-Wit en Oostelijke Boys, promoveerde in 1953 na een enerverende wedstrijd tegen ZFC en een 1-0 winst naar de eerste klasse van de KNVB. En alweer werd er een nieuw publieksrecord gevestigd: nu 11.500 toeschouwers.

Grote wedstrijden
Zo kwam het stadion steeds meer in de belangstelling. Het voetbalpubliek had definitief de gang naar het Oosterparkstadion gevonden. Er volgden interessante wedstrijden zoals Groningen - Bremen (uitslag 1-0), Noordelijk Elftal - Leeds United (2-4) in 1954 en de lichtwedstrijd Fortuna - Amsterdams Elftal. Bij landskampioen Fortuna speelden onder meer de bekende internationals Cor van der Hart en doelman Frans de Munck. Verder werd er een wedstrijd gespeeld tussen het Gronings Elftal tegen Sheffield United (3-3).
Maar ook andere sporten en festiviteiten lieten het Oosterparkstadion in die vroege jaren '50 volstromen. In 1951 de korfbalinterland Nederland - België, in 1953 een handbalwedstrijd tussen Nederland en Oostenrijk. Verder in 1952 het openluchtspel 'Dorp in opstand', in 1954 een optreden van het Joegoslavische danstheater, een jaar later VARA's zomerfeesten. Kortom: het Oosterparkstadion werd meer en meer een plek waar grote evenementen plaatsvonden.

GVAV naar de Eredivisie
Vaste bespeler van het Oosterparkstadion was naast Oosterparkers ook GVAV. De op 26 januari 1921 opgerichte voetbalvereniging kende in 1956 een gloriejaar. Op 15 juli promoveerde het eerste elftal van GVAV naar de Eredivisie. Het roemruchte elftal dat dat presteerde bestond uit: doelman Otto Roffel, de verdedigers Abel Alting, Siep Benninga en Klaas Buist, de middenvelders Rem Been en Ale Westra en de voorhoedespelers Piet de Koe, Rikkert La Crois, Ali Kruger, Henk Meuken en Johnny de Grooth.
GVAV kwam vanwege de promotie naar de hoogste voetbalklasse met een pakket met aanvullende wensen voor het stadion: opvoering van de publieksaccommodatie tot 20.000; rondingen in de hoeken van de staantribunes; verhoging van de staantribunes met smallere en hogere treden; staantribunes dichter bij het speelveld; het aanbrengen van achteropgangen van de staantribunes; het naar voren uitbouwen van de overdekte middentribune. De gemeenteraad reageerde positief op die voorstellen en stelde 300.000 gulden beschikbaar om de plannen te verwezenlijken. In overleg met GVAV werd besloten de werkzaamheden tussen maart en september 1957 uit te voeren om zo de loop van de competitie zo weinig mogelijk te stagneren.
Intussen speelde GVAV mooie oefenwedstrijden tegen Uda Praag, Rapid Wien, Partizan Belgrado en Union Berlin. Ook werden er zo nu en dan windhondenrennen gehouden op het hoofdveld, was er een rugbydemonstratie Hilversum - Amsterdam te zien en hielden de Jehova's Getuigen een congres in het Oosterpark. Ook kreeg het stadion haar eerste officiële oefenwedstrijd van het Nederlands Elftal binnen haar poorten. Dat was op 28 augustus 1957, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de KNVB afdeling Groningen. Tegenstander was het elftal van Hannover. Oranje, met onder meer het befaamde trio Faas Wilkes, Abe Lenstra, Kees Rijvers in de voorhoede, won de wedstrijd met 4-1.

Stagnatie
Het jaar 1957 was het jaar van de nationale bestedingsbeperking, een algemene beperking van de overheidsuitgaven. Ook het Oosterparkstadion ontkwam niet aan die verplichte bezuiniging. De meeste werkzaamheden moesten worden opgeschort. Toch kon nog enigszins in een uitbreiding van de toeschouwersplaatsen worden voorzien. De gemeenteraad gaf toestemming voor het tijdelijk huren en plaatsen van twee open zittribunes achter beide doelen voor de duur van tien maanden.
Per tribune konden 1100 toeschouwers plaatsnemen. De staantribunes bleven zorgen baren. Door het geringe hoogteverschil van de treden en het ontbreken van ronde hoeken had het publiek daar bij druk bezochte wedstrijden onvoldoende uitzicht op het veld. Gelukkig konden de werkzaamheden in 1959 toch weer hervat worden. De lange staantribune aan de Zuidkant werd naar voren verlegd, de treden werden hoger gemaakt, de hoekrondingen werden aangebracht en tevens zorgden hekken voor een indeling in vakken.

Brazilianen
Toen het stadion haar nieuwe gezicht had gekregen, kreeg het Groninger voetbalpubliek een tweetal bijzondere wedstrijden voorgeschoteld. Wedstrijden met een Braziliaans gehalte. Braziliaans voetbal was in die tijd de absolute top. Voetballiefhebbers kenden topspelers als Pele, Zito, Garrincha en Pépé alleen van de televisie. Op 3 juni 1959 speelden Feyenoord en FC Santos voor een totaal uitverkocht Oosterparkstadion een wedstrijd ter ere van het afscheid van de bekende Groninger scheidsrechter Klaas Schipper. Het werd een waar voetbalfeest en FC Santos won de wedstrijd met 3-0.
Drie maanden later werd de hernieuwde opening van het verbouwde Oosterparkstadion opgeluisterd met de wedstrijd GVAV - Brasil Olympic, het Braziliaanse elftal dat door Europa toerde ter voorbereiding op de Olympische Spelen van 1960 in Rome. Otto Roffel, Abel Alting, Klaas Buist, Gerrit Borghuis, Bram van der Hoeven, Piet Fransen, Jan 'Proppe' Groninger, Piet de Koe, Bé Kuiper, Rikkert La Crois en Johnny de Grooth speelden die wedstrijd in het blauw-wit van GVAV.
Ook nam het aantal lichtwedstrijden toe. Terwijl de amateurclubs Be Quick, Oosterparkers en Velocitas lichtwedstrijden in het Oosterparkstadion speelden, deed GVAV dat tegen Ajax, Rot-Weiss Essen, Preussen Münster, het stedelijk elftal van Moskou, en Rode Ster Bratislava, de kampioen van Tsjechoslowakije.



Oosterpark krijgt gestalte
Omdat de toeloop van voetballiefhebbers nog steeds toenam, bleef de behoefte aan verdere bouw en uitbreiding. Eerst kwam in 1960 een overdekte zittribune achter het doel Zaagmuldersweg tot stand. Een jaar later volgde eenzelfde tribune aan de Parkzijde. Elke tribune bood plaats aan 1356 personen. Het arsenaal aan overdekte zitplaatsen steeg daarmee naar 5176 en was daarmee op het Feyenoord-stadion in Rotterdam na het stadion met de meeste overdekte zitplaatsen in Nederland. Ook kwam er in 1960 een wedstrijdklok naast het scorebord aan de lange zijde Zuid. De totale capaciteit van het Oosterparkstadion lag nu op 18.000 toeschouwers, een aantal dat overigens niet al te vaak werd gehaald.


Bijzondere gebeurtenissen
GVAV ging in de beginjaren '60 steeds meer oefenwedstrijden spelen tegen befaamde buitenlandse tegenstanders. Zo kwam Stoke City in 1962 langs. Dat was bijzonder omdat daar de befaamde Stanley Matthews voetbalde, bij zijn leven al een legende. Ook Leicester City, Antwerp FC, Borussia Dortmund, Eintracht Frankfurt, Blackburn Rovers en Alemannia Aachen kwamen langs.
Bijzonder was ook de wedstrijd tussen de oud-internationals van Nederland en Engeland op 20 mei 1963. Dit was ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van studentenvoetbalvereniging Forward. Alle Engelse oud-internationals speelden in die hoedanigheid in het Oosterparkstadion hun eerste wedstrijd buiten Groot-Brittannië. Op 29 maart 1967 voetbalde Jong Oranje met onder meer Jan Mulder in de gelederen tegen Jong Oost-Duitsland en werd op 24 oktober van dat jaar de hockeyinterland Nederland - Pakistan gespeeld.


De Middenlaan

Afsluiting Middenlaan
In 1964 werd van het hoofdveld en de bijvelden één sportpark gemaakt. Daarvoor werd de Middenlaan afgesloten voor alle verkeer. Een hoofdingang met daarboven in grote letters 'STADION OOSTERPARK' verscheen aan de Zaagmuldersweg aan het begin van de Middenlaan. Ook werden het toegangssysteem en de kassa's verbeterd.


Ook drong de commercie door tot het Oosterparkstadion. Er werden reclameborden en andere commerciële uitingen aangebracht. De gemeente Groningen gaf toestemming, mits de opbrengsten ten goede kwamen aan de amateursport.

In 1971 ging GVAV over in FC Groningen en werd de nieuwe club naast Oosterparkers de vaste bespeler van het stadion. In de jaren '70 deden zich verder bijzonder weinig wijzigingen voor in het stadion. Ook al omdat FC Groningen na een verblijf van drie seizoenen in de Eredivisie naar de Eerste Divisie degradeerde. Voor die begrippen was het stadion Oosterpark ruim bemeten.

Zuidzijde
Toen in 1980 weer de promotie naar de Eredivisie volgde, werd fors geïnvesteerd. Er werd een nieuwe lichtinstallatie gebouwd en in 1981 werd de aftandse lichtinstallatie vervangen door vier lichtmasten van ieder 46 meter hoog.



Een jaar later werden er noodtribunes in gebruik genomen. Even speelde toenmalig voorzitter Renze de Vries met de gedachte om in de buurt van de wijk Noorderhoogebrug een nieuw stadion te laten bouwen, maar in plaats daarvan werd in 1985 aan de Zuidzijde van het stadion een nieuwe overdekte zittribune gebouwd, de latere Tonny van Leeuwentribune.
Op 5 september 1984 werd de eerste paal geslagen en ruim vijf maanden later konden de toeschouwers tijdens de wedstrijd tegen PSV voor het eerst plaats nemen op de nieuwe Zuidtribune. De tribune werd rond de thuiswedstrijd tegen MVV op 24 maart 1985 officieel in gebruik gesteld door vice-voorzitter van de KNVB Jacques Hogewoning. Door de nieuwe tribune werden er een kleine vijfduizend nieuwe zitplaatsen gecreëerd, waardoor de totale capaciteit van het stadion opliep tot 22.000 plaatsen.
De Zuidtribune werd daarmee de grootste tribune van het stadion. De capaciteit van 22.000 mogelijk toeschouwers zou echter nooit gehaald worden door de toenemende veiligheidseisen die aan de zitplaatsen werden gesteld. Na het Heizeldrama mocht de capaciteit nooit volledig benut worden. Tegen Servette op 26 oktober 1988 zou het absolute toeschouwersrecord neergezet worden. Maar liefst 19.500 mensen zaten of stonden op de tribunes tijdens die wedstrijd.

Business
Ondertussen was het stadion reeds aangepast aan de nieuwe wensen die de voetballerij stelde. Door de toenemende commercialisering was het nodig geworden om de parkeergelegenheid rond het stadion te verbeteren. Ook was de veiligheid voortdurend een punt van aandacht. In 1986 werd een plan ontvouwen voor een nieuwe hoofdtribune met daarin een businessroom en betere businessfaciliteiten. De oude houten Hoofdtribune werd gesloopt en de nieuwe tribune en daarbij ook de Eregalerij waren gereed bij aanvang van het seizoen 1987-1988. Onder de tribune werden ruimtes gemaakt waarin de administratie, een spelershome en kantoren een plaats kregen. Daarmee was de verbouwing van de tribune echter nog niet voltooid, want een paar jaar later werd besloten om een VIP-ruimte te bouwen in de nok van de tribune. Op 22 februari 1992 werd de VIP-ruimte in gebruik genomen.

Vertrek
Daarmee bereikte het stadion de vorm, die het tot het einde zou houden. Diverse plannen over meer zitplaatsen in het huidige stadion, het dichtbouwen van de hoeken in verband met het EK 1996, een facelift van 20 miljoen gulden met plannen om een winkelcentrum aan te leggen aan de kant van de Zaagmuldersweg en studies over andere locaties voor een nieuw stadion gingen allemaal de prullenbak in.
In 1996 werd bekend gemaakt dat FC Groningen nog maximaal tien jaar in het huidige Oosterpark kon spelen. De EDON-locatie werd geopperd als locatie van een mogelijk nieuw stadion, terwijl ook een grondige verbouwing van het Oosterpark met meer parkeerfaciliteiten en grotere tribunes achter de doelen nog altijd tot de mogelijkheden bleef behoren. In 1998 werd besloten dat FC Groningen het Oosterpark definitief zou gaan verlaten. Volgens de eerste berichten zou het stadion al in 2002 opgeleverd kunnen worden.

Lapmiddelen
Nu bekend was dat FC Groningen zijn langste tijd had gehad aan de Zaagmuldersweg, was er bij de club natuurlijk geen behoefte meer om nog al teveel aan het onderhoud en verbouw van het stadion te besteden. Helemaal na de degradatie in 1998 lagen de prioriteiten elders. Als gevolg van een besluit van de KNVB om vanaf het seizoen 1999-2000 geen staanplaatsen meer toe te staan, nam de capaciteit van het stadion drastisch af.

De staantribunes werden gesloten en omdat het stadion er anders wel erg leeg uitzag, werden op deze tribunes houten poppen geplaatst, de zogenaamde 'Gompies'. Later bleek dit geen blijvende optie.
In januari 2000 vindt opnieuw een verbouwing in het stadion plaats. De staantribunes aan de Zuidzijde worden omgebouwd tot onoverdekte zitplaatsen. Hierdoor bedroeg de capaciteit in de eerste helft van het nieuwe millennium 11.224 zitplaatsen. Een aantal dat de FC een halfjaar later hard nodig bleek te hebben, want in 2000 was via de nacompetitie hernieuwde deelname aan de Eredivisie afgedwongen. Meteen na de promotie werd de onoverdekte tribune aan de Parkzijde voorzien van kuipstoeltjes. Het uitvak werd bij dezelfde verbouwing van de Zuidkant naar de Noordkant van de Oosttribune verplaatst, waardoor deze minder dicht bij het rivaliserende vak ZI gesitueerd was.

Noodunits
In oktober 2001 ondergingen ook de staanplaatsen aan de Westkant dezelfde behandeling en werden de hoeken Zuid-Oost en Zuid-West dichtgemaakt met kuipjes. Later dat jaar verrees direct achter de hoofdingang een aantal units waar het flink aangroeide personeelsbestand van FC Groningen zijn kantoorwerkzaamheden uitvoerde. De ruimtes onder de eretribune werden vervolgens gebruikt voor de realisatie van een krachthonk en de uitbreiding van het onderkomen van de medische staf.
Voorafgaand aan het seizoen 2001-2002 werden de vaste reclameborden aan de lange zijde vervangen door een roterende boarding. Ook werden diverse containers voor de hoofdingang van het stadion geplaatst, waarin onder meer de kinderopvang, de persruimte en de vrijwilligers ondergebracht werden op wedstrijddagen.

Staan
Vanaf september 2003 tot aan het vertrek van het Stadion Oosterpark nam FC Groningen deel aan een 'pilot' van de KNVB voor de herinvoering van staanplaatsen. Onder supporters was er altijd belangstelling naar staanplaatsen gebleven en omdat er op de Westtribune toch altijd al een groot gedeelte van de supporters bleef staan tijdens de wedstrijd, werden de stoeltjes van deze tribune weer verwijderd. Het vak werd vervolgens ingericht als staantribune. De capaciteit van het vak bleef overigens gelijk.
Daarmee kreeg het Oosterparkstadion haar laatste gezicht met een capaciteit van 12.500 plaatsen. Her en der in het stadion werden nog wel enkele tonnen geïnvesteerd in horeca- en toiletvoorzieningen, omdat de verhuizing uiteindelijk drie jaar langer op zich liet wachten dan gepland, maar aan de tribunes veranderde niets meer.
Op 18 december 2005 wordt het allerlaatste competitieduel van FC Groningen aan de Zaagmulderweg gespeeld. tegenstander NEC wordt met 3-0 verslagen. Vier dagen later wordt tegenstander FC Volendam in het bekertoernooi met dezelfde cijfers aan de zegekar gebonden. Een beter afscheid had de oude voetbaltempel zich niet kunnen wensen.


Contact